Door het toenemende aantal uren met negatieve stroomprijzen worden zonneparken steeds vaker geconfronteerd met verminderde inkomsten. Dit zet de businesscase van duurzame energieprojecten onder druk. In een recente consultatie over de toekomst van de SDE++-regeling wordt gezocht naar oplossingen, maar blijft één kansrijke mogelijkheid onderbelicht: uitgestelde invoeding van elektriciteit via batterijen. Door opgewekte energie tijdelijk op te slaan en pas in te voeden wanneer de stroomprijs weer positief is, ontstaat er een efficiëntere benutting van netcapaciteit én komt de productie alsnog in aanmerking voor subsidie. Zeker als batterijen worden gekoppeld aan bestaande aansluitingen van zonneparken, levert dit zowel maatschappelijke als financiële voordelen op. Ook worden batterijen aantrekkelijker door besparingen op transportkosten en een sterkere businesscase, vooral bij hoog- en middenspanningsaansluitingen.

Deze aanpak draagt bij aan het toekomstbestendiger maken van bestaande duurzame projecten en stimuleert de ontwikkeling van batterijopslag. Om de klimaatdoelen te halen en ruimte te bieden aan meer duurzame opwek, is het dan ook essentieel dat de SDE++-regeling meebeweegt met deze realiteit.

Eelco Rondhuis en Sjak Lomme in Energeia: ‘’Om de transitie naar een duurzaam energiesysteem effectief voort te zetten, is het essentieel dat de SDE++ meebeweegt met de realiteit van toenemende negatieve stroomprijzen. Door uitgestelde invoeding toe te staan en te subsidiëren, kan samenwerking tussen batterijen en hernieuwbare productie op één aansluiting worden gestimuleerd. Dit levert niet alleen een efficiëntere inzet van netcapaciteit op, maar versterkt ook de businesscase voor zowel bestaande als nieuwe projecten. Daarmee wordt de kern van de SDE++ – het stimuleren van duurzame productie – beter gediend. Tegelijkertijd wordt batterijopslag op een manier bevorderd die het elektriciteitsnet minimaal belast. Met het oog op de ambitie om tegen 2030 minimaal 5 GW aan batterijcapaciteit te realiseren, is het dan ook logisch en wenselijk om de regeling zodanig aan te passen dat zowel duurzame opwek als slimme opslag gezamenlijk worden gefaciliteerd.’’